Onroerend erfgoed

Bookmark and Share

Vergunningen voor werkzaamheden aan beschermde monumenten en stads- en dorpsgezichten.

Als eigenaar of vruchtgebruiker van een beschermd monument of van een onroerend goed gelegen binnen een beschermd stad- of dorpsgezicht zorgt u mee voor het behoud van het onroerend erfgoed van Vlaanderen. Dit kwetsbare erfgoed vraagt, als het gaat om onderhoud en instandhouding, een bijzondere aanpak. Daarom zijn veel werken en werkzaamheden vergunningsplichtig of meldingsplichtig, dit zowel bij voorlopig als bij definitief beschermde objecten. Daarnaast bent u als eigenaar of vruchtgebruiker verplicht om zorg te dragen voor de instandhouding en het onderhoud van uw beschermde eigendom. U kan hiervoor een beroep doen op onderhoudspremies en fiscale aftrek.

Aanvraag van een onderhoudspremie voor een beschermd monument. Document in WORD of PDF. Met dit formulier kunt u een premie aanvragen voor de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden aan een beschermd monument.

De procedure van de verlening van de vergunning verschilt naargelang het werk een stedenbouwkundige vergunning moet verkrijgen of niet.

Wanneer u dus werkzaamheden wil uitvoeren aan beschermd erfgoed die verboden zijn behoudens een toelating, dan vraagt u dan ook best in eerste instantie bij de stedenbouwkundige dienst van uw gemeente na of u voor die werken een stedenbouwkundige vergunning nodig heeft.

Indien er een stedenbouwkundige vergunning vereist is voor de werkzaamheden.

Is dit het geval, dan dient u deze aanvraag in bij de gemeentelijke dienst. Alle werkzaamheden aan een beschermd monument of goed gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht, die vergunningsplichtig zijn volgens het decreet op de Ruimtelijke Ordening worden voor verplicht advies voorgelegd aan de dienst Ruimte en Onroerend Erfgoed. Dat gebeurt door de overheid die de vergunning verleent, doorgaans het gemeentebestuur. U hoeft hiervoor dus geen bijkomende stappen te ondernemen.

Indien er geen stedenbouwkundige vergunning vereist is voor de werkzaamheden.

Indien er geen stedenbouwkundige vergunning vereist is voor de gewenste werken, en u werken plant in of aan een beschermd onroerend erfgoed, dan richt u uw aanvraag aan Onroerend Erfgoed Vlaanderen in de provincie, waar het beschermde goed gelegen is. Aanvraag van de toelating voor werkzaamheden aan of activiteiten in beschermd onroerend erfgoed. Document in WORD of PDF. Noodzakelijk voor alle werken die vrijgesteld zijn van vergunning indien zichtbaar van op de openbare weg! Dus ook voor het plaatsen van zonnepanelen!

Een melding met de bijbehorende bewijsstukken van werkzaamheden aan niet als monument beschermde constructies binnen beschermde stads- of dorpsgezichten bezorgt u aan de gemeente. Document in WORD of PDF. De werkzaamheden mogen worden aangevat vanaf de twintigste dag na de datum van de melding, behalve als u een brief hebt ontvangen van het college van burgemeester en schepenen waarin is opgenomen dat de bovenvermelde werkzaamheden de wezenlijke eigenschappen van het beschermde geheel verstoren. In dat geval kunnen de werkzaamheden pas worden aangevat nadat het agentschap Onroerend Erfgoed daartoe machtiging heeft verleend.

Onroerend erfgoeddecreet van 12 juli 2013 en latere wijzigingen.

Onderafdeling 4. Handelingen in beschermde stads- en dorpsgezichten.
Art. 6.2.5. Voor de volgende handelingen aan of in beschermde stads- en dorpsgezichten geldt de procedure van artikel 6.3.12 van dit besluit:
1° het plaatsen, slopen, verbouwen of heropbouwen van een constructie;
2° het verwijderen, vervangen, wijzigen of verstevigen van constructieve elementen;
3° het uitvoeren van de volgende werken aan het dak en de buitenmuren van constructies:
a) het verwijderen, vervangen of wijzigen van dakbedekking en gootconstructies;
b) het aanbrengen, verwijderen, vervangen of wijzigen van de kleur, textuur of samenstelling van de afwerkingslagen;
c) het aanbrengen, verwijderen, vervangen of wijzigen van buitenschrijnwerken, deuren, ramen, luiken, poorten, inclusief de al dan niet figuratieve beglazing, beslag, hangen sluitwerk;
d) het aanbrengen, verwijderen, vervangen of wijzigen van aarden nagelvaste elementen, smeedijzer en beeldhouwwerk, inclusief nieuwe toevoegingen;
e) het aanbrengen, vervangen of wijzigen van opschriften, publiciteitsinrichtingen of uithangborden, met uitzondering van verkiezingspubliciteit en met uitzondering van publiciteitsinrichtingen, waarbij wordt bekendgemaakt dat het goed te koop of te huur is, op voorwaarde dat de totale maximale oppervlakte niet meer bedraagt dan 4 m²;
4° het uitvoeren van de volgende omgevingswerken:
a) het plaatsen of wijzigen van bovengrondse nutsvoorzieningen en leidingen;
b) het plaatsen of wijzigen van afsluitingen, met uitzondering van gladde schrikdraad en prikkeldraad ten behoeve van veekering;
c) het aanleggen, wijzigen of verwijderen van wegen en paden;
d) het vellen of beschadigen van bomen en struiken die opgenomen zijn in het beschermingsbesluit of in een goedgekeurd beheersplan, en elke handeling die een wijziging van de groeiplaats en groeivorm van de bomen en de struiken die opgenomen zijn in het beschermingsbesluit of in een goedgekeurd beheersplan tot gevolg kan hebben;
e) het aanleggen of wijzigen van verharding met een minimale gezamenlijke grondoppervlakte van 30 m² of het uitbreiden van bestaande verhardingen met minimaal 30 m², met uitzondering van verhardingen geplaatst binnen een straal van 30 meter rond een vergund of een vergund geacht gebouw;
f) het plaatsen of wijzigen van straatmeubilair, met uitzondering van niet-aarden niet-nagelvaste elementen en verkeersborden vermeld in artikel 65 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
g) het aanleggen van sporten spelinfrastructuur of parkeerplaatsen;
h) het fundamenteel en structureel wijzigen van de aanleg van historische tuinen en parken en begraafplaatsen;
5° de aanmerkelijke reliëfwijziging van de bodem;
6° elke handeling die een aanzienlijke wijziging van de landschapskenmerken tot gevolg heeft, met uitzondering van cultuurgewassen,onder meer voor de landbouw, en tuinbeplanting.
In het eerste lid wordt verstaan onder aarden nagelvast: duurzaam met de grond of met gebouwen of constructies verenigd.

Art. 6.3.12. Voor handelingen aan of in beschermde stads- of dorpsgezichten, zoals vermeld in artikel 6.2.5, wordt per beveiligde zending bij het college van burgemeester en schepenen een melding ingediend. Deze handelingen mogen worden aangevat vanaf de twintigste dag na de datum van de melding, behalve als het college van burgemeester en schepenen de aanmelder voordien per beveiligde zending op de hoogte brengt dat de aangemelde handelingen van aard zijn om de wezenlijke eigenschappen van het beschermde stads- of dorpsgezicht te verstoren. In dat geval kunnen de handelingen slechts worden aangevat nadat het agentschap of in voorkomend geval de erkende onroerenderfgoedgemeente
een toelating heeft verleend. De aanvraag van de toelating door de aanmelder en de behandeling ervan gebeurt overeenkomstig artikel 6.3.2 tot en met 6.3.11.

Het college van burgemeester en schepenen kan niet oordelen dat aangemelde handelingen van aard zijn om de wezenlijke eigenschappen van een beschermd stads- of dorpsgezicht te verstoren indien deze werken niet zichtbaar zijn vanaf een openbare weg of opgenomen in de daartoe opgestelde lijst van werken horende bij een overeenkomstig artikel 8.1.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 goedgekeurd beheersplan.
De melding bestaat minstens uit:
1° een nauwkeurige beschrijving van de werken;
2° de aanwijzing van de precieze plaats waar de werken zullen worden uitgevoerd;
3° de vermelding van de vermoedelijke datum van het begin en het einde van de werken.
Als het mogelijk is, wordt de melding aangevuld met tekeningen of foto’s.
De melding wordt in voorkomend geval geïntegreerd in de stedenbouwkundige melding, vermeld in artikel 4.2.2 van de VCRO.

  Voor meer informatie zie website Onroerend Erfgoed.

Er bestaan ook brochures met allerlei nuttige informatie.

Bezoek de website inventaris onroerend erfgoed. Deze inventaris is een uitgebreid wetenschappelijk overzicht van het bouwkundig patrimonium in Vlaanderen. Je vindt er telkens een beschrijving en informatie over stedenbouwkundige en (architectuur) historische ontwikkelingen uit de gemeente of regio.

Historische stadskern van Zoutleeuw.

Voor de vaststelling van de 58 archeologische zones in 58 stadskernen organiseerde het agentschap Onroerend Erfgoed een openbaar onderzoek van17-08-2015 tot en met 15-10-2015. Tot deze 58 archeologische zones behoort ook de "Historische stadskern van Zoutleeuw". Na de behandeling van de bezwaren stelt de minister de inventaris definitief vast.

Vanaf de ondertekening zijn voor elke burger enkele rechtsgevolgen van kracht.

1. Ben je eigenaar van een perceel dat gelegen is in een historische stadskern en wens je dit te verkopen of te verhuren voor meer dan 9 jaar, in te brengen in een vennootschap, een erfpacht of opstalrecht of op een andere wijze de eigendom over te dragen? Dan moet in de overeenkomst verwezen worden naar de vastgestelde inventaris en de rechtsgevolgen. In de meeste gevallen zal de notaris hiervoor zorgen.

2. Wanneer moet je moet een bekrachtigde archeologienota toevoegen bij jouw aanvraag?

Artikel 5.4.1.01/06/2016 - 22/02/2017

Een bekrachtigde archeologienota zoals vermeld in artikel 5.4.8 wordt bij de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning met ingreep in de bodem toegevoegd in volgende situaties :
1° aanvragen met betrekking tot percelen die gelegen zijn in een voorlopig of definitief beschermde archeologische site;
2° aanvragen waarbij de totale oppervlakte van de ingreep in de bodem 100 m2 of meer beslaat en de totale oppervlakte van de kadastrale percelen waarop de vergunning betrekking heeft 300 m2 of meer bedraagt en waarbij de betrokken percelen geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in archeologische zones, opgenomen in de vastgestelde inventaris van archeologische zones;
3° aanvragen waarbij de totale oppervlakte van de ingreep in de bodem 1000 m2 of meer beslaat en de totale oppervlakte van de kadastrale percelen waarop de vergunning betrekking heeft 3000 m2 of meer bedraagt en waarbij de percelen volledig gelegen zijn buiten archeologische zones, opgenomen in de vastgestelde inventaris van archeologische zones.

Voor de toepassing van het eerste lid, 2° en 3°, op terreinen zonder kadastraal nummer geldt de totale oppervlakte van de hele werf van het te vergunnen werk.

De aanvrager van een stedenbouwkundige vergunning wordt van die verplichting vrijgesteld :
1° indien de aanvraag betrekking heeft op een gebied waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt, zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering;
2° indien de aanvraag betrekking heeft op werkzaamheden binnen het gabarit van bestaande lijninfrastructuur en haar aanhorigheden;
3° indien de aanvrager een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon is, de totale oppervlakte van de ingreep in de bodem minder dan 5000 m2 beslaat, en de betrokken percelen volledig gelegen zijn buiten woongebied of recreatiegebied en buiten archeologische zones opgenomen in de vastgestelde inventaris van archeologische zones en buiten beschermde archeologische sites.

De Vlaamse Regering kan de nadere regels voor deze vrijstellingen bepalen.

Voor de toepassing van het derde lid, 3°, op terreinen zonder kadastraal nummer geldt de totale oppervlakte van de hele werf van het te vergunnen werk.

De aanvrager van een stedenbouwkundige vergunning met ingreep in de bodem kan een archeologienota indienen die in het kader van een vorige vergunningsaanvraag is bekrachtigd, als de stedenbouwkundige vergunning betrekking heeft op hetzelfde perceel of dezelfde percelen en als de ingreep in de bodem van de te vergunnen werken overeenkomt met de ingreep in de bodem van de werken omschreven in de bekrachtigde archeologienota.

Artikel 5.4.2.01/06/2016 - 22/02/2017

Een bekrachtigde archeologienota zoals vermeld in artikel 5.4.8 wordt bij de aanvraag van een verkavelingsvergunning toegevoegd in volgende situaties :
1° aanvragen met betrekking tot percelen die gelegen zijn in een voorlopig of definitief beschermde archeologische site;
2° aanvragen waarbij de totale oppervlakte van de kadastrale percelen waarop de vergunning betrekking heeft 300 m2 of meer bedraagt en waarbij de betrokken percelen geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in archeologische zones, opgenomen in de vastgestelde inventaris van archeologische zones;
3° aanvragen waarbij de totale oppervlakte van de kadastrale percelen waarop de vergunning betrekking heeft 3000 m2 of meer bedraagt en waarbij de percelen helemaal buiten de archeologische zones, opgenomen in de vastgestelde inventaris van archeologische zones, liggen.

Voor de toepassing van het eerste lid, 2° en 3°, op terreinen zonder kadastraal nummer geldt de totale oppervlakte van de werf van de te vergunnen verkaveling.

De aanvrager van een verkavelingsvergunning wordt van die verplichting vrijgesteld indien de aanvraag betrekking heeft op een gebied waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt, zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering.

De aanvrager van een verkavelingsvergunning kan een archeologienota indienen die in het kader van een vorige vergunningsaanvraag is bekrachtigd, als de verkavelingsvergunning betrekking heeft op dezelfde percelen en als de ingreep in de bodem van de te vergunnen werken overeenkomt met de ingreep in de bodem van de werken omschreven in de bekrachtigde archeologienota.

Wanneer je dus een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning nodig hebt, informeer dan even bij de stad of je vooraf een archeologisch vooronderzoek moet inplannen. Je kan ook de provinciale diensten van het agentschap Onroerend Erfgoed contacteren. Naast vastgestelde archeologische zones zijn er ook beschermde archeologische sites. Voor de beschermde archeologische sites wordt een maximaal behoud ter plaatse nagestreefd. Bovendien gelden in beschermde archeologische sites bijkomende rechtsgevolgen.

Vanaf 1 juni 2016 treedt de laatste fase van het archeologieluik van het Onroerenderfgoeddecreet en bijhorende Onroerenderfgoedbesluit in werking. Wat verandert er op 1 juni?

Het archeologisch vooronderzoek bij vergunningsaanvragen

Vanaf 1 juni 2016 is een bouwheer of ontwikkelaar in bepaalde gevallen verplicht een archeologisch vooronderzoek te laten uitvoeren voor hij of zij een aanvraag tot een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning indient bij de vergunningverlenende overheid.

Wanneer de verplichting geldt, is onder meer afhankelijk van:

• de totale oppervlakte van de betrokken percelen;

• de oppervlakte van de geplande bodemingrepen;

• de ruimtelijke bestemming van het terrein;

• de ligging binnen of buiten een archeologische zone uit de vastgestelde inventaris;

• de ligging binnen of buiten een beschermde archeologische site.

Voor stedenbouwkundige vergunningen (artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013) en voor verkavelingsvergunningen (artikel 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013) zijn de criteria en drempels verschillend.

Wanneer een archeologisch vooronderzoek verplicht is, stelt de bouwheer een erkende archeoloog aan om het vooronderzoek uit te voeren en een archeologienota op te stellen. De archeoloog dient de archeologienota ter bekrachtiging in bij het agentschap Onroerend Erfgoed. Het agentschap brengt de bouwheer en archeoloog binnen een termijn van 21 dagen op de hoogte van de bekrachtiging of weigering van de archeologienota.

Na bekrachtiging voegt de bouwheer de archeologienota bij de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning. De vergunningverlenende overheid neemt in de vergunning een voorwaarde op dat de eventuele maatregelen uit de archeologienota moeten uitgevoerd worden bij de realisatie van de werken.

Meer informatie over het archeologisch traject bij vergunningsaanvragen vind je:

- op deze webpagina van het agentschap Onroerend Erfgoed;

- in de folder voor bouwheren, verkavelaars en ontwikkelaars (met mogelijkheid om papieren exemplaren te bestellen);

- in het infodocument voor vergunningverleners (printvriendelijke document). Ruimte Vlaanderen zal op 1 juni ook de aanstiplijsten voor stedenbouwkundig ambtenaren aanvullen met een passage over de verplichtingen met betrekking tot de nieuwe regelgeving archeologie.

Advies archeologie van het agentschap bij vergunningsaanvragen

Voor bepaalde vergunningsaanvragen ingediend vanaf 1 juni, zal de vergunningverlenende overheid geen advies met betrekking tot archeologie meer moeten vragen aan het agentschap Onroerend Erfgoed.

1. Vanuit het besluit van de Vlaamse Regering dat de instanties aanwijst die om advies gevraagd moeten worden:

- verkavelingen van minstens tien loten, bestemd voor woningbouw, of met een grondoppervlakte groter dan een halve hectare, ongeacht het aantal loten;

- groepswoningbouwprojecten, waarbij minstens tien woongelegenheden ontwikkeld worden;

- de bouw of de herbouw van appartementsgebouwen, waarbij minstens vijftig appartementen gecreëerd worden;

- nieuwbouwprojecten met een bebouwd oppervlak van 500 m² of meer in woongebieden of recreatiegebieden;

- ontginningsgebieden en uitbreiding van ontginningsgebieden.

2. Volgens artikel 5 van het Archeologiedecreet van 30 juni 1993: aanvragen volgens de bijzondere procedure van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die een invloed kunnen hebben op de ondergrond.

Aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen, met of zonder ingreep in de bodem, die betrekking hebben op percelen die beschermd zijn als archeologische site, moeten in bepaalde gevallen nog steeds om advies voorgelegd worden aan het agentschap Onroerend Erfgoed. Dit geldt enkel wanneer het gaat om handelingen die toelatingsplichtig zijn overeenkomstig hoofdstuk 6 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Het advies van het agentschap vormt dan de toelating voor de handelingen aan het beschermde erfgoed. Bij een vergunning in een beschermde archeologische site die een ingreep in de bodem inhoudt, moet er bovendien een bekrachtigde archeologienota bij de aanvraag gevoegd zijn.

Heeft u nog vragen over inwerkingtreding van de laatste fase, dan kan u contact opnemen met de provinciale diensten van het agentschap.

Team Communicatie

Vlaamse overheid

Agentschap Onroerend Erfgoed

T 02 553 16 50

communicatie@onroerenderfgoed.be

Koning Albert II-laan 19 bus 5, 1210 Brussel

www.onroerenderfgoed.be

Raadpleeg ook een beslissingsboom voor verplicht archeologisch vooronderzoek bij het aanvragen van vergunningen.

Raadpleeg de contour van de Historische stadskern van Zoutleeuw.

Raadpleeg de contour van de Historische stadskern van Zoutleeuw op kadaster toestand 01-01-2014.

Raadpleeg de brochure Archeologische zones in historische stadskernen.

Raadpleeg de inventaris van het Archeologisch Erfgoed omtrent de Historische stadskern van Zoutleeuw.

Beschermingsbesluiten.

Voor het grondgebeid van Zoutleeuw is er één beschermd stadsgezicht, 6 beschermde dorpsgezichten en één voor bescherming vatbare archeologische zone. Verder zijn er nog diverse beschermde monumenten. De verschillende beschermingsbesluiten met contour kunnen hieronder geraadpleegd worden.

ZOUTLEEUW. Stadskern van Zoutleeuw met diverse monumenten, MB van 22-06-1994. Bekijk de contour.

ZOUTLEEUW - HELEN-BOS. Bolwerken of citadel, Koepoortstraat en Jan van Heelustraat, MB van 12-01-1987. Bekijk de contour.

ZOUTLEEUW. De Spaanse Citadel, Bethaniastraat, Koepoortstraat en Stationsstraat, MB van 18-01-2016.Bekijk de contour en beschermingsvoorstel.

HELEN-BOS. Sint-Laurentiuskapel Helen en onmiddellijke omgeving, MB van 30-11-1993. Bekijk de contour.

HELEN-BOS. Onze-Lieve-Vrouwkerk Bos, Boswinning en onmiddellijke omgeving, MB van 09-05-1994. Bekijk de contour.

DORMAAL. Sint-Martinuskerk, pastorie, kosterwoning en onmiddellijke omgeving, MB van 12-01-1987. Bekijk de contour.

DORMAAL. Het kasteel van Dormaal, de watermolen en onmiddellijke omgeving, MB van 18-07-1996. Bekijk de contour.

HALLE-BOOIENHOVEN. Pastorie van Booienhoven en onmiddellijke omgeving, MB van 07-06-1994. Bekijk de contour.

Welke gebouwen zijn gelegen binnen deze beschermde stads- en dorpsgezichten? Bekijk het overzicht.

Beschermde monumenten:

Sint-Leonarduskerk, KB van 01-02-1937.

Historisch stadhuis, Grote Markt +11, KB van 01-02-1937.

Monumentale pomp, Grote Markt, KB van 29-10-1949.

Spiegelhuis, Grote Markt 23, KB van 19-02-1951.

De Rode Leeuw, Grote Markt 12, KB van 08-07-1970.

Pastorie, Grote Markt 2, KB van 12-04-1974.

De Lakenhalle, Grote Markt 11, MB van 16-09-1993.

Stalvleugel van het voormalig Bethaniaklooster, MB van 07-06-1994.

Kapel Onze-Lieve-Vrouw van de Ossenweg, MB van 03-04-1995.

Bethaniakapel, kruispunt Oude Kassei-Kruisveldstraat, MB van 13-12-1999.

Dwarsschuur bij Kapel van de Ossenweg, MB van 23-02-2005.

Vakwerkhuisje Koepoortstraat 36, MB van 15-05-2009.

Waterlinde, Lindeweg, MB van 12-07-2010.

Villa Arnauts met tuin, Stationsstraat 1, MB van 16-02-2012.

Beschermd stadsgezicht Zoutleeuw.

Herevaluatie van het bouwkundige erfgoed.

Het opzet van deze her-inventarisatie is tweeledig: enerzijds werd een selectie gemaakt van alle panden met erfgoedwaarde die moeten behouden blijven. Deze worden voorzien van een codering en specifieke beheersdoelstellingen. Anderzijds werden er algemene richtlijnen opgemaakt voor het beheer van de overige panden binnen het stadsgezicht ter vrijwaring van het typische karakter van de stad.

De kleucodering voorziet dan ook in specifieke beheersdoelstellingen:

Rood : beschermde monumenten en panden met monumentwaarde.

Groen: lokaal waardevol erfgoed.

Geel : begeleidend waardevol erfgoed.

Voor elk pand worden in deze brochure de beleidsopties vermeld hetgeen heel wat nuttige informatie kan opleveren voor verbouwers of kopers van deze waardevolle panden.

Bekijk de brochure Herevaluatie van het bouwkundige erfgoed.

Richtlijnen van het Agentschap voor Onroerend Erfgoed m.b.t. reclamepanelen in beschermde dorps- en stadsgezichten.

  • Elke vorm van publiciteit moet geïntegreerd zijn in het architecturale geheel van de gevel en wordt beperkt tot het gelijkvloers.
  • Het gebruik van storende neonletters en (licht)bakken is niet toegestaan. Onze dienst schrijft het gebruik van letters of karakters, zonder gebruik te maken van een paneel voor.
  • Vlakke panelen met opschriften en publiciteit mogen de verticale geleding van de gevel niet ondermijnen.
  • Haakse panelen en vaandels mogen niet hoger komen dan de onderdorpels van de vensters op de eerste verdieping en blijven beperkt in aantal.
  • Ramen en deuren mogen niet afgedekt worden.

Zonnepanelen binnen beschermd stads- of dorpsgezicht en bij monumenten.

Wordt NIET toegelaten indien zichtbaar van op de openbare weg binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht.

Wordt NIET toegelaten op een monument, tenzij uitzondering afgewogen door de erfgoedconsulent.

Voor vragen kan u terecht bij :

Cecile Boes

Erfgoedconsulent Bouwkundig Erfgoed

NIEUW ADRES:

Onroerend Erfgoed

Diestsepoort 6 - bus 94, 3000 Leuven

tel: 016 66 59 17 - fax: 016 66 59 05

E-mail: cecile.boes@vlaanderen.be

Website: http://www.onroerenderfgoed.be/