Planten en kappen van bomen

Bookmark and Share

Ruimtelijke ordening

Aen den Hoorn 1
3440 Zoutleeuw
T 011 94 90 30
F 011 94 90 98
Mail ons

Openingsuren

ma.: gesloten

di.-za.: 09u - 12u

wo: 13u - 16u

do.: 16u - 19u

Milieu en duurzaamheid

Aen den Hoorn 1
3440 Zoutleeuw
T 011 94 90 34
F 011 94 90 98
Mail ons

Openingsuren

ma.: gesloten

di.-za.: 09u - 12u

wo: 13u - 16u

do.: 16u - 19u

Kapmachtiging

Voor het kappen van bomen in bosverband is een kapmachtiging nodig van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB).

Voor een kapmachtiging in privébos kan je hier het formulier downloaden. Je vult het in en stuurt het naar de provinciale dienst van het ANB. Het ANB beslist binnen de zestig dagen of de kapping toegestaan wordt en onder welke voorwaarden. Als ANB binnen die termijn geen beslissing genomen heeft, dan wordt de machtiging geacht te zijn verleend.

Enkel wanneer een kapping expliciet is voorzien in een goedgekeurd bosbeheersplan mag je de kapping onmiddellijk uitvoeren. Er is dan ook geen meldingsplicht. Je moet natuurlijk wel rekening houden met de voorwaarden die eventueel gesteld zijn bij de goedkeuring van het bosbeheerplan.

Voor alle andere kappingen in het kader van het beheer van het bos en die niet leiden tot ontbossing moet je een machtiging vragen aan het Agentschap voor Natuur en Bos. Voor kappingen die wel leiden tot ontbossing is een stedenbouwkundige vergunning nodig.

Bossen zijn grondoppervlakten waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken, waartoe een eigen fauna en flora behoren en die één of meerdere functie vervullen. (Bosdecreet 13 juni 1990, art. 3 §1). In een bos waarvoor een goedgekeurde bedrijfsregeling of goedgekeurd beheersplan bestaat is er geen kapvergunning vereist. Voor dringende kappingen omwille van sanitaire en veiligheidsredenen, moeten deze kappingen en de motivering ervan worden medegedeeld aan het Bosbeheer. Afhankelijk van het vegetatietype waartoe het bos behoort en de ligging volgens het Gewestplan is mogelijk een vergunning vereist op basis van het Besluit op de Natuurvergunning.

Onder de voorschriften van het bosdecreet vallen niet : fruitboomgaarden en fruitaanplantingen, tuinen, plantsoenen en parken, lijnbeplantingen en houtkanten, boom- en sierstruikkwekerijen, sierbeplantingen en aanplantingen met kerstbomen.

Bebossen van landbouwgrond

Voor het bebossen van landbouwgronden dient u een schriftelijke aanvraag (download dit document in WORD of PDF) te richten aan het schepencollege. Uw aanvraag wordt voor advies voorgelegd aan het Departement Landbouw en Visserij. Afhankelijk van hun advies ontgvangt u al dan niet een vergunning overeenkomstig art. 35 van het Veldwetboek vanwege het schepencollege. Een vergunning kost 30 euro per perceel waarop de vergunning van toepassing is.

Voor meer info: contacteer de milieudienst.

Kappen van hoogstammige bomen

Voor het kappen van alleenstaande bomen, maximum 2 bomenrijen, dreefbeplantingen en bomen in tuinen en parken is een stedenbouwkundige vergunning vereist.

ONTBOSSEN

Wat is een ‘bos’?

Sinds de inwerkingtreding van het Bosdecreet beschikt men voor het eerst over een wettelijke definitie van het begrip ‘bos’. Artikel 3, § 1, van dit decreet definieert bossen als "grondoppervlakten waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken, waartoe een eigen fauna en flora behoren en die één of meer functies vervullen". Dit zijn de zgn. bosfuncties waaromtrent art. 5 van het Bosdecreet bepaalt dat het bos er gelijktijdig verschillende kan vervullen, onder meer economische, sociale, educatieve, wetenschappelijke, ecologische, organismebeschermende evenals milieubeschermende functies.

Een dergelijke definitie was nodig. De wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en de stedenbouw voegde immers wel het begrip ontbossing in, maar gaf geen definitie van wat een bos is. Tijdens de parlementaire voorbereiding van die wet werden geen criteria aangereikt op basis waarvan men een bos van andere vegetaties zou kunnen onderscheiden.

Hoe ver mogen de bomen van elkaar staan om nog van een bos te kunnen spreken ?

We hanteren hier het criterium van de bedekkingsgraad (zijnde de verhouding van de totale oppervlakte van alle kroonprojecties ten opzichte van de totale bosoppervlakte): als die groter dan 50% is, geprojecteerd naar volgroeid stadium, dan spreken we van een bos. Bij een bedekkingsgraad <50% is er sprake van een open vegetatie al dan niet met verspreide bomen (bijv. heide met vliegden), of een open plek binnen het bos.

De bedekkingsgraad wordt bepaald voor elke min of meer uniforme eenheid op het terrein. Dat is dus ongeveer op bestandsniveau. Hierbij moet wel verondersteld worden dat bestanden niet te groot zijn en een min of meer uniforme samenstelling hebben, anders wordt er beter onderverdeeld. Bijv. bij een bestand van 3 ha met bedekkingsgraad < 50%, maar daarin twee bosjes van 30 are met bedekkingsgraad 100%: dat zijn twee bosjes van 30 are !

Wat met smalle, langwerpige begroeiingen met bomen?

De definitie bevat bewust geen minimumoppervlakte, omdat de decreetgever ook kleine stukjes restoppervlakte beschermd wilde zien door het Bosdecreet.

Lijnbeplantingen en houtkanten worden uitdrukkelijk uit het toepassingsgebied van het Bosdecreet gesloten (art.3, §3): Lijnbeplantingen onder de vorm van enkele of dubbele bomenrijen, al dan niet langs een (water)weg, zijn duidelijk te onderscheiden van bos.

Gelet op de definitie van het begrip ‘bos’ in art. 3, §1, van het Bosdecreet, zou men evenwel kunnen stellen dat langwerpige oppervlakten die in de breedte bestaan uit meer dan twee bomenrijen beschouwd moeten worden als bos i.p.v. als houtkant op voorwaarde dat ze een eigen (bos)fauna en (-) flora hebben en één of meerdere bosfuncties vervullen. Het Agentschap voor Natuur en Bos hanteert bijkomend als interne richtlijn dat strookvormige percelen over een breedte van ten minste 10 meter (gemeten aan de buitenkant van de buitenste stammen) dienen begroeid te zijn met bomen opdat men van een bos zou kunnen spreken.

De stedenbowkundige verguningsplicht

Vlaanderen is met een bosindex van 10,8 % één van de bosarmste streken in Europa. Daarom heeft de Vlaamse overheid een strenge regeling uitgewerkt die ons bos zo goed mogelijk moet bewaren en beschermen. Om te voorkomen dat het kostbare bosareaal nog verder afneemt, gelden drie grote basisprincipes:

  1. Ontbossing is verboden, tenzij anders bepaald in het Bosdecreet van 13 juni 1990.
  2. Als ontbossing niet verboden is, dan is een stedenbouwkundige vergunning vereist.
  3. Een stedenbouwkundige vergunning voor ontbossen of een verkavelingsvergunning voor beboste gronden kan niet worden verleend zonder compensatie.

De stedenbouwkundige vergunningsplicht betekent dat de vergunningverlenende overheid onder meer volgende vragen kan en moet onderzoeken:

  • Is de aangevraagde ontbossing in overeenstemming met het geldende plan van aanleg of het ruimtelijke uitvoeringsplan?
  • Brengt de ontbossing de goede plaatselijke ordening niet in het gedrang?
  • Kan men de schade aan de natuur in het concrete geval niet geheel of ten dele vermijden?

Wanneer een vergunning wordt gegeven om een bos te kappen, moet dat gekapte bos gecompenseerd worden. De compensatieplicht bestaat uit het aanplanten van een even groot of zelfs groter bos op een andere plek. De compensatie kan ook financieel gebeuren door een bosbehoudsbijdrage te storten in het Bossencompensatiefonds. De Vlaamse overheid staat dan zelf in voor de compenserende bebossing.

De oppervlakte bos die aangeplant moet worden en de som geld die betaald moet worden hangt niet alleen af van de grootte van het gekapte bos maar ook van de soorten die er in voorkwamen. Niet elk bos heeft immers dezelfde ecologische waarde.

Indien je vragen hebt over ontbossing en compensatie kan je contact opnemen met johan.cosijn@lne.vlaanderen.be of via tel. 02 553 81 18. Voor uitgebreide informatie omtrent ontbossen en de integrale tekst van het bosdecreet kan u terecht op de website van het Agenstchap voor Natuur en Bos. Ook voor o.a. het natuurdecreet, het jachtdecreet en het visserijdecreet kan u daar terecht.

Vrijstelling van stedenbouwkundige vergunning

Het vellen van hoogstammige bomen is vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning, op voorwaarde dat aan al de volgende vereisten voldaan is:

a) ze maken geen deel uit van een bos (vanaf drie rijen en meer);

b) ze liggen in een woongebied in de ruime zin, in een agrarisch gebied in de ruime zin of in een industriegebied in de ruime zin, en niet in een woonparkgebied;

c) ze liggen binnen een straal van maximaal 15 meter rondom de vergunde woning, de vergunde landbouwbedrijfswoning of landbouwbedrijfsgebouwen of de vergunde bedrijfswoning of bedrijfsgebouwen;

Brochures en formulieren

Zie ook reglementering planten en kappen van bomen.

Zie ook het veldwetboek omtrent de afsluiting van eigendommen, afstand voor beplantingen, ...

Aanvraagformulier voor het kappen van lijnbeplantingen.

Voor meer info: contacteer de dienst ruimtelijke ordening.