Licht

Bookmark and Share

Milieu en duurzaamheid

Aen den Hoorn 1
3440 Zoutleeuw
T 011 94 90 34
F 011 94 90 98
Mail ons

Openingsuren

ma.: gesloten

di.-za.: 09u - 12u

wo: 13u - 16u

do.: 16u - 19u

Hier brandt de lamp — maar vaak onnodigtn_Gloeilamp

Een gemiddeld gezin van 4 personen verbruikt voor verlichting van de woning jaarlijks 500 tot 750 kWh (*) aan elektriciteit. Dat komt neer op een verbruikskost van € 75 tot € 125. De milieukost is echter veel hoger: om 1 kWh elektriciteit te produceren in onze elektriciteitscentrales is 3 kWh energie (gas, steenkool, uranium, stookolie) nodig, mét luchtvervuiling (broeikasgassen, ozon) of kernafvalproblemen er bovenop. Bij het transport via hoog- en laagspanningskabels gaat nog eens 10 % energie verloren. En een gloeilamp heeft een rendement van slechts 5 %, zodat in totaal maar 2 % nuttig gebruikte energie overblijft! Zowel voor het leefmilieu als voor de eigen portemonnee springen we dus best zuinig om met energie in het algemeen en met verlichting in het bijzonder.

Ongeveer 1/5 van alle elektriciteit in België wordt gebruikt voor de verlichting van gebouwen, wegen… In onze woningen gebruiken we steeds meer lampen, de tijd van het peertje boven de tafel is voorbij. Natuurlijk heb je een aantal lampen nodig om tijdens de donkere uren van de dag comfortabel te kunnen leven. Maar sinds enige tijd maken andere soorten verlichting hun opwachting: sfeerverlichting, accentverlichting, feestverlichting, buitenverlichting, tuinverlichting... Sommige lampen zijn ronduit overbodig, op andere verlichtingspunten kun je op verschillende manieren besparen. Een overzicht.cartoon_nvdd_1

Maak verlichting overbodig

  • Werk overdag op plaatsen waar voldoende daglicht aanwezig is, zelfs op een druilerige dag. Plaats je bureau, werktafel of werkbank bij een raam.
  • Hou bij nieuwbouw of verbouwing rekening de inval van het daglicht op plaatsen waar voor dagelijkse bezigheden voldoende licht nodig is (keuken, woonkamer, bureau, atelier, speelkamer…). Probeer bij de inrichting rekening te houden met de stand van de zon: werk je bv. vaak ’s avonds in je bureau, kies daarvoor dan een plaats die op het westen gericht is.

Schakel overbodige verlichting uit

  • De buitenkant van je woning hoef je niet te verlichten.
  • Tuinverlichting moet niet branden als er niemand in de tuin is.
  • Verlichting aan buitendeuren hoeft niet de hele avond en nacht te branden. Gebruik een tijdschakelaar of een detector.
  • Koppel eventuele verlichting van de toegang tot je woning aan een bewegingsdetector: zo wordt de toegang alleen verlicht als er iemand nadert.
  • Laat lampen niet branden in ruimten waarin niet onmiddellijk iemand terugkeert. Een lamp opnieuw aanknippen kost minder energie dan ze een hele tijd te laten branden. Een TL- of spaarlamp kan beter blijven branden als de ruimte maar even “onbemand? blijft.
  • Als de lichtschakelaar buiten de te verlichten kamer staat, vergeet je vaak het licht te doven omdat je het niet meer ziet als je buiten bent. Een lichtschakelaar met een klein verklikkerlichtje voorkomt dat.

Maak niet te veel licht

  • Gebruik geen lichtbronnen (bv. lusters) met onnodig veel lampen. Bedenk bovendien dat één lamp van 100 watt evenveel licht geeft als 2 lampen van elk 60 watt, omdat haar lichtrendement hoger ligt.
  • Overdrijf niet met sfeer- en accentverlichting.
  • Pas de verlichting aan het doel aan: in bijgebouwen, gangen, trappenhuizen, toiletten, garages… volstaat meestal verlichting met een beperkt vermogen.

Zorg voor meer rendement

  • Gebruik zuinige lampen. Gloeilampen en halogeenlampen zijn energievreters. Spaarlampen en TL-lampen zijn veel efficiënter en gaan langer mee. Die twee eigenschappen compenseren ruimschoots de hogere aankoopprijs. Er is ondertussen een heel gamma aan soorten spaar- en TL-lampen zodat je ongetwijfeld een milieuvriendelijker lamp vindt met de lichtkwaliteit, vorm, kleurweergave, startsnelheid en dimbaarheid die je wenst. Alleen voor kortstondige buitenverlichting en kortstondige verlichting van koude vertrekken zijn spaarlampen minder geschikt omdat het bij koude enige tijd duurt eer ze op volle sterkte branden.
  • Gebruik een goede lichtarmatuur (d.w.z. het onderdeel waarin de lamp zich bevindt) zodat het licht gericht wordt naar waar het gewenst is — op de tafel en niet op het plafond bijvoorbeeld.
  • Lichtarmaturen met spiegelende binnenkanten of lamellenroosters geven meer lichtopbrengst.
  • Met doorschijnende lampenkappen volstaat een lamp met een kleiner vermogen voor dezelfde lichtopbrengst als met een zware kap.
  • Maak lampenkappen en lampen regelmatig schoon zodat hun rendement behouden blijft.
  • Onthoud dat donkere plafonds en wanden twee- tot driemaal meer licht vragen dan lichte.
  • Geef voor lezen, naaien en andere precisiewerkjes de voorkeur aan nabije, gerichte lichtbronnen en beperk de algemene verlichting. Het omgevingslicht helemaal uitschakelen is niet ideaal voor de ogen die sneller vermoeid zullen zijn. Breek daarom de omgevingsduisternis met een kleine extra lichtbron als aanvulling op de leeslamp.

(*) kWh = kilowattuur: eenheid van energie, d.w.z. vermogen (kilowatt) vermenigvuldigd met de tijd (uur) waarin het geleverd wordt. 1 kw = 1000 watt. Een lamp van 100 watt (0,1 kW) die 5 uur brandt, verbruikt 0,5 kWh.
tn_TL-lamptn_Spaarlampen