Openingsuren & contact

De Vestengordel

Het 12e eeuwse Zoutleeuw, toen nog Leeuw genoemd, was gelegen langs de belangrijke verkeersader Brugge-Keulen en tevens de laatste haven van het achterland. Als grensstad van het hertogdom Brabant kreeg de stad al vlug een strategische waarde tegenover het prinsbisdom Luik en de achterliggende Duitse staten. De oudste stadsmuur dateert van omstreeks 1130. Ingevolge de uitbreiding van de stad bleek in de 14e eeuw een nieuwe omwalling noodzakelijk. Pas in de 17e en 18e eeuw werd de garnizoenstad van extra versterkingen voorzien. De wandelaar volgt afwisselend de verschillende stadsomwallingen van Zoutleeuw.

 

De wandeling start naast het Historisch stadhuis aan de eerste Sint-Truidense poort, waarvan wij nog resten vinden in het 17e eeuwse huis de Rode Leeuw. Via de Vincent-Betsstraat en de Kanonstraat bereiken wij een voetpad. De gracht, die wij vervolgens oversteken, was ooit een stadsgracht. Na een korte wandeling door het landschap bereiken wij de Budingenweg, die wij hier oversteken. Het smalle pad was eens de fundering van de tweede stadsmuur.

 

Bij de Gete gekomen volgen wij de rivier stroomopwaarts. Wij wandelen nu langs “het schip”, ooit het oude havenkwartier en het meest actieve gedeelte van het 14e en 15e eeuwse Leeuw. Bij het oude Gasthuis (Hopital) is het een aanrader de fraaie tuin achter het gebouw even te bezoeken (vrije toegang tegenover de Paardenbrug) Op de achtergrond zien wij een gedeelte van de 14e eeuwse stadsmuur met daarin de spaarbogen, die in die tijd gebruikelijk waren. Verder stroomopwaarts even buiten de stad bereiken we de Waterpoort, vroeger “Kunckenspoort” genoemd. Hier kon men de waterstand van de Gete binnen de stad regelen. De omliggende landbouwgronden waren op het einde van de 17e en het begin van de 18e eeuw als overstromingsgebied in het defensiesysteem opgenomen.

 

Nu steken we andermaal de Gete over. Het wandelpad leidt ons via de funderingen van de tweede stadsmuur (14e eeuw) naar de Koepoortstraat. Hier gaan we naar rechts. Achter het kapelletje van Sint-Rochus bemerken wij al vlug de heuvelachtige structuur van het landschap. Hier bouwden de Spanjaarden in de 17e eeuw een citadel om de Spaanse Nederlanden te beschermen tegen de Hollandse, Duitse en Franse aanvallen. Even verder volgen we links de oude spoorwegbedding, nu fietspad. Hier bevinden wij ons in het midden van de citadel, die geheel uit aarden wallen bestond. Rechts in het landschap bemerken we de twee opeenvolgende verdedigingsfronten. Nadat we het ronde punt bereikt hebben, nemen we links de Stationsstraat. Naast het huis nr. 13 loopt een voetpad. Hier bevond zich in de 17e en 18e eeuw een “beer”, een muur die in de gracht werd aangebracht om het water een andere richting uit te sturen. Vervolgens bemerken wij langs dit pad links een brede bedekte weg.

 

Op de kruising van de Nieuwstraat en de Sint-Truidense steenweg (rond punt) steken we over richting Ossenwegstraat. Na honderd meter slaan we links af richting Maatschappij voor Watervoorziening. Hier bij het kapelletje van O.L.Vrouw van Rust vinden we nog overblijfselen van de 14e-17e eeuwse stadsmuren. Ooit stond hier de buitenste Sint-Truidense poort met de “barbacane”, een voor de poort gelegen versterking. Een smal straatje, de vroegere toegang tot de stad, brengt ons terug naar de Sint-Truidense steenweg. Hier gaan we rechts richting centrum. Rechts in het stadspark zien we het “Heksenkot”, een oud rondeel uit de 15e eeuw. Wij vervolgen onze weg en slaan rechts de Rijkswachtstraat in. In de achterzijde van de Lakenhalle vormt een gedeelte van de 12e eeuwse stadsmuur een waardig eindpunt voor onze vestenwandeling.