Openingsuren & contact

Vakwerkhuisje aan de Koepoort

Het huisje op het einde van de Koepoortstraat wordt voor het eerst kadastraal geregistreerd in 1865 als eigendom van Franciscus Pansaerts, zaeger. Volgens plaatselijke overlevering werd het opgetrokken door een dagloner die op een naburig landgoed werkte. De witgekalkte wandvakken zijn nog grotendeels geleemd.

Deze kleine vakwerkwoning met haaks bakstenen bijgebouwtje en ommuring is gelegen aan de zuidwestelijke stadsrand. Het was tot voor kort het enige huis van het vroegere Walstraatje, een zijstraatje van de Koepoortstraat, zelf een historische uitvalsweg.

Het door stadsgrachten omringde huisje ligt op de rand van de landschappelijk waardevolle Getevallei, langs het vroegere Walstraatje, een zijwegje van de Koepoortstraat, dat naar de restanten van een vroegere waterpoort leidt en momenteel een onderdeel vormt van het toeristische wandelcircuit "Vestenwandeling". Tot voor kort de enige bebouwing wordt het huisje nu geflankeerd door een pseudo-pastorie, vooruitgeschoven post van een recente verkaveling.

Deze bescheiden vakwerkbouw telt twee traveeën in stijl- en regelwerk (eik en olm) op een gepekte bakstenen plint. Aanvankelijk rustte het zadeldak van rode Boomse pannen op twee topgevelgebinten en een tussengebint. Eén topgevelgebint is intussen na verstening van de zijgevel verwijderd. De witgekalkte wandvakken zijn nog grotendeels geleemd met Haspengouws vitswerk en deels versteend waarbij de rechter gevelpunt wordt beschermd met een beschieting van dakpannen.

In de voorgevel een eenvoudige opgeklampte deur respectievelijk geflankeerd door een klein vierdelig venstertje en een groter zesdelig, rechthoekig venster en bovenaan, onder de dakrand, een rechthoekig zolderluik; in de achtergevel twee kleine lichtopeningen, waarvan één met binnenluik. De woning omvat links de leefkamer met aansluitende "mose" of "speng" en rechts, vooraan een minuscuul keldertje met trapluik en opkamertje, achteraan een slaapvertrek en tussenin een overgangsruimte met ladder naar de zolder.

In de elementair ingerichte leefruimte met zwart-witte tegelvloer en paneeldeuren een houten tochtsas en een sobere bakstenen schouw geflankeerd door een deels beglaasde muurkast.

Haaks op de woning een haaks bijgebouwtje in witgekalkte baksteen en pannen zadeldak, opengewerkt met twee rechthoekige deurtjes. Erop aansluitend een bakstenen muur die het binnenkoertje afsluit.